Jan van Esch

 

 
I.POLDERMOLEN,
"De Eendracht"
 
 
molen Sebaldeburen
Sebaldebuursterpolder,Gemeente Grootegast,
 
 
Molenaar,visser en veehouder, Jan van Esch, geb ma 05-06-1865, 
Ned Herv, Gem.Roden, overl do 14-05-1953,(Hemelvaartsdag) te Sebaldeburen,
Gem Grootegast,(zoon van Engbert(Engberts) van Esch,en 
Jantina (Jannes) Geersing), 
trouwt wo 18-05-1887, Roden, met Zwaantje Andriessen,
geboren ma 20-08-1866, Gem Roden, 
Chr Geref, dienstbode, overleden di 01-01-1935, te Sebaldeburen,
Gem Grootegast.

Uit dit huwelijk zijn 10 kinderen geboren. OPMERKING: OPMERKING - Opmerking - Opmerking.

De namen van de 10 kinderen zijn genummerd I t/m X. Ik beperk me uitsluitend tot het vermelden van de tien namen en (leeftijds-code's),en wel om de volgende reden:

De familiegegevens van de nakomelingen uit het huwelijk van JAN VAN ESCH, X ZWAANTJE ANDRIESSEN, zijn bijgewerkt tot 1998, en lokaal, >>(binnen de familie van Esch, gepubliceerd en verspreid).

Kinderen: (I tm X):

I.

Engbert van Esch,

(code:1888-1966) , 78 jr.

II.

Jan van Esch,

(code:1890-1941) , 50 jr.

III.

Jannes van Esch,

(code:1893-1958) , 64 jr.

IV.

Johanna van Esch,

(code:1896-1981) , 85 jr.

V.

Marten van Esch,

(code:1898-1969) , 71 jr.

VI.

Janko van Esch,

(code:1900-1980) , 79 jr.

VII.

Hendrikus van Esch,

(code:1902-1959),57 jr.

VIII.

Jantje van Esch,

(code:1904-1993) , 88 jr.
(moeder v/d samensteller dezes)

IX.

Albertus van Esch,

(code:1906-1979) , 73 jr.

X.

Antje van Esch

(code:1910-1931) , 20 jr.

Fam. van Esch

 
 Vervolg:
III. POLDERMOLEN. 1801-heden. Molen "De Eendracht". 
De Sebaldebuurster Molenpolder",werd opgericht in 1801,onder leiding van ds N Westendorp,
NH-predikant te Sebaldeburen. Vanaf de kansel werd door ds Westendorp de 1e vergadering
van ingelanden bijelkaar geroepen,(1800),om "een GROTE WATERMOLEN"te zetten",want 
de hooilanden,en ook de "kerckelanden" die dominee zelf verhuurde,stonden zelfs in 
den hooitijd nog onder water. 
Het bestuur besluit op 19-01-1801,met de ingelanden,tot het zetten van een watermolen.
De gangmaker ds Westendorp,geboren 11-02-1773 te Farmsum,vervulde meerdere 
functies,zoals schoolopziener,historicus en de eerste Groninger folklorist.
Onder zijn bezielende leiding wordt er in 1807 zelfs een nieuwe NH-kerk 
te Sebaldeburen (Gr) in gebruik genomen! 
Wie was ds Westendorp? (zie EXTRA BIJLAGE "Sebaldeburen", 
een dorp in het Westerkwartier van de Prov Groningen).
Vanaf de oprichting van de molenpolder, trad ds Westendorp op als secr/penningmeester.
De standplaats van de molen wordt in onderling overleg vastgesteld,en zal gebouwd
worden aan het Oude Colonelsdiep, ten Noorden van het dorp Sebaldeburen-
Op 06-07-1801 wordt het uitgraven van het Oude Colonelsdiep aanbesteed ten huize van 
Jan Hotzes.
(De aannemers moeten met het werk beginnen,zodra de molen voor het eerst
"gemaald" zal hebben).
Het werk werd gegund aan: Borger Eltje Lesterhuis,en Melles Mellema,
voor 1.-, 8 stuivers en 3 duiten per roe.
Het werk is klaar op 03-07-1802.
- In 1801 leent het Bestuur 6000,-.
 Molenbouwer Sipke Wurmser bouwt de molen voor 4525,-.
- De aannemer van het molenaarshuisje was Lubbe Wobbes,
 die het huisje timmerde voor ongeveer 100,-.
- De eerste molenaar,[en bewoner van het molenaarshuisje],was
 Wymer Garmts,die voor een jaarsalaris van 130.- de molen bediende. 
De molenaar Wymer Garmts was tevens n van de vele 
geldschieters van de nieuwe polder.
 Hij had 100.-, en zijn moeder 300,- aan de polder geleend.
- De NH-kerk van Sebaldeburen speelde in het begin een belangrijke rol in het Waterschap.
 De ingelanden werden door een afkondiging van de kansel,samengeroepen tot een 
ingelandenvergadering in de kerk.
 Later verhuisden deze vergaderingen naar de plaatselijke 
caf's,en werd de aanzegging door de molenaar rondgebracht!
- De grootte v/d polder werd in het begin uitgedrukt in 
"grazen",en was toen groot: 1223 grazen + 2 achtste-deel,
 gemeten door het polderbestuur.
- De polder werd opnieuw opgemeten door een [gexamineerd
 landmeter],dhr R Jochems,en uiteindelijk werd de grootte 
vastgesteld op 1200 grazen +  achtste-deel + 14 roeden +
 83 voeten en 63 duimen,(Groningse maat).
 Opmerking: aantal grazen lands, n gras=  50 are land.
- Aan de molen had men de eerste jaren weinig onkosten,behalve wat verfkosten 
en nieuwe molenzeilen.
 Tot 1815 kon er flink worden afgelost!
- In 1815 worden 2 grazen land gekocht ten Noorden van de molen,voor 100,-.
 Deze worden verhuurd aan de mulder (molenaar),voor 15,- op jaarbasis.
- In 1816 worden door molenaar Tonnis Reinders nieuwe molenroeden geplaatst.
- In 1817 maken de volmachten een reis naar Groningen,om een nieuwe molenas te kopen.
 Met een praam wordt de as aangevoerd,en bij de oude verlaat (sluis) in het Wolddiep,
 wordt de as met paard en wagen verder vervoerd naar de molen in de Sebaldebuursterpolder.
 Langs het officile molenpad,kon het molenas-transport de molen niet bereiken].
 Totale kosten molenas 189,50.
- In 1820 was de molen toe aan een nieuwe schroef.
 Ondanks de nieuwe schroef moesten de molenaar en zijn vrouw in Maart 1823 
van de zolder van het huis gered worden,wegens hoog water.
 Op verschillende plaatsen waren de dijken doorgebroken.
 Ook werd men geplaagd door mollen,die met hun gangenstelsel de dijken ondermijnden.
 Mollenvanger R S de Vries verdiende in 1833 een dubbeltje per mol. Hij ving er 82.
- In 1824 opnieuw een paar nieuwe houten molenroeden aangebracht door
 P P v/d Heide (molenmaker) uit Leek.
 NB De molenmaker was de hele week van huis. Zijn gereedschappen werden met paard
 en wagen vooruitgestuurd.
 De mulder (molenaar) had de molenmaker en zijn knechts in de kost.
 Voor de molenaar een mooie bijverdienste.
- In 1824 wordt de molen voorzien van nieuw riet,aangebracht door Jan Kampenga te
 Groningen,voor 160,-.
 [In 1888 komen we de naam van deze rietdekker weer tegen].
- In 1841 plaatsing nieuwe schroefbak en schroef.
 Houtleverancier Fa B P Mulder uit Groningen. Kosten 367,-.
- In 1852 wordt een nieuwe molenroede geplaatst,door de 
Fa Doornbos uit Adorp. Kosten 117,50.
- In 1880 had de molen een eikenhouten bovenas,die in 1817,
 1837 en 1868 al eens vernieuwd was. Hierin waren de houten
 roeden gestoken.
- In 1887 totale molenbrand,door blikseminslag op (Hemelvaartsdag 19-05-1887).
 Nadien extra vergaderingen van de ingelanden,waar een aantal belangrijke besluiten
 werden genomen.
 
 Er wordt gestemd over de herbouw van de molen,of het bouwen van een
 stoomgemaal,(zoals bij het Leekstermeer).
 Uitslag van de stemming: 34 stemmen voor de aankoop van een oude molen,
 en 21 stemmen voor de aankoop van een nieuwe molen. Het bestuur krijgt van
 de ingelanden volmacht om tijdelijk een hulpstoomgemaal te kopen.
 Het polderbestuur reist naar Gorredijk,Groningen en Martenshoek om oude 
molens te bekijken.
 (Door het ongerief van windstilte,wordt de druk van de ingelanden groter om 
van de molen een stoomgemaal te maken).
- Op 6 Juli 1887 worden de ingelanden weer bijelkaar geroepen,
 en na veel heen en weer gepraat,wordt besloten een nieuwe molen te bouwen!
 Bestek wordt opgemaakt door J Klippus te Bedum,en deze wordt belast met het
 toezicht op de bouw.
 Als aannemer v/d bouw van de molen,komen we de naam van 
J Lubsen tegen. De totale bouwkosten bedroegen:

Aanneemsom J Lubsen

F 3675,--

Bestek en toezicht J Klippus

F 203,40

Meerwerk J. Lubsen

F 40,--

Levering riet, J. Lubsen

F 6,52

Totaal nieuwbouw

F 3924,92

 
 De brandverzekering keerde F3680,- uit,zodat het nadeel voor
 de polder niet al te groot was.
 Winterseizoen 1887/'88 nieuwe molen nog niet klaar!
 Besloten wordt een stoomlocomobiel met pomp te kopen van de
 Fa Landeweer en Zn te Hoogezand,voor F 1500,-.
 Deze moest tijdens de bouw van de molen de "waterhuishouding" verzorgen.
 Er werd een lening aangegaan voor F 2500,-.
 De bediening van dit stoomgemaal gebeurde door een machinist,en niet door 
de molenaar,die overigens normaal zijn loon kreeg doorbetaald.
- In de loop van 1888 is de nieuwe molen klaar!
- Stoomgemaal wordt weer verkocht aan de Fa Landeweer,
 voor een restwaarde van F 500,-.
- In 1889 wordt de molen afgeverfd door J vd Leest,voor F 57,-.
- In 1890 wordt er een nieuwe halssteen bij de schroef aangebracht,
 geleverd door de Fa Switters & Terpstra.
- In 1895 neemt molenaar W B Hovenga,op 79-jarige leeftijd,
 afscheid als molenaar. Hij is dan 35 jaar molenaar geweest.
- Opvolger wordt de 30-jarige JAN van ESCH.
 Daarvoor werkte dhr Jan van Esch bij de Fam Panhuys te Leek.
 Hij verdiende daar 80 ct per dag,en later een hele gulden.
 Op de molen verdiende hij een jaarloon van F 60,-. Een hele
 teruggang in loon,maar hij verkoos het vrije leven,
 boven de sleur van een vaste baan.
 
- Oud-molenaar Hovenga krijgt bij zijn afscheid F 25,- gratificatie,
 en tevens neemt het polderbestuur zijn hutten,
 (veestalling/hooiopslag) over voor F 50,-.
- JAN van ESCH is officieel op 19-03-1894 in dienst getreden.
- In 1895 wordt er een 2e schroef in de molen geplaatst door 
J E Krythe voor F 1932,25,onder toezicht van een uit een oud 
molenaarsgeslacht stammend molenmaker,dhr P vd Heide,
 (zwager van molenaar Jan van Esch),die in 1885 huwde met 
Margien van Esch.
- De lening van F 2000,- die het polderbestuur had aangevraagd 
bij Ged Staten van Groningen,werd afgewezen.
- In 1901 (28 Maart) wordt een extra vergadering van ingelanden 
gehouden,wegens de slechte toestand van de buitenroede(n)
 van de molen.
 
 
 
 Kort verslag van deze vergadering: De voorzitter vraagt,
 "nu er toch wat aan de molen gedaan moet worden,of het 
niet voordeliger is de molen van ZELFZWICHTING te voorzien".
 Hierop volgt een drukke discussie,met veel verschil van mening.
 De heer ter Veer vraagt het woord. In heftige bewoordingen verwerpt
 hij deze verbetering aan de molen,en ook dat de molenaar (J v Esch) 
weinig waard is,en slingert de voorzitter verwijten naar het hoofd.
 Dhr ter Veer wordt op enige punten gesteund door Jacob Horinga.
 Er heerst een algemene verontwaardiging.
 Niemand is bekend met ZELFZWICHTING.
 Er wordt voorgesteld een comm van onderzoek in te stellen.
 Hierop verlaat dhr D Sikkema de vergadering.
 Bij stemming zijn 23 stemmen voor een onderzoek,en 18 stemmen tegen.
 Hierna wordt een commissie benoemd,bestaande uit de ingelanden J Hasper,
 A Staal, W Horinga en J Lieffering.
- 15 april 1901 doet de commissie verslag van haar onderzoek.
 Alle commissieleden zijn nstemmig voor aanschaf ZELFZWICHTING.
 Opnieuw volgt er een verhitte discussie.
 
De voorzitter merkt op,"dat zo mogelijk de omslag per pondemaat,niet
 verhoogd zal worden".
 En van de ingelanden stelt voor bij aanschaf van ZELFZWICHTING,
 de jaarlijkse gratificatie van 25,- aan de molenaar,weer in te trekken.
 Bij de stemming na de discussie,zijn van de 42 geldige stemmen,
 2 blanco, 21 tegen en 19 vr. De ZELFZWICHTING gaat dus niet door!
 Ook de gratificatie van 25,- per jaar voor de molenaar wordt in stemming
 gebracht. Uitslag: 25 vr gratificatie, en 7 stemmen tegen.
- De houten roeden moeten nogal eens vervangen worden.
- In 1908 wordt na aarzelende goedkeuring besloten niet meer
 dan F80,- aan het molenaarshuis te vertimmeren!
 Het voorstel van het Bestuur een brandkast aan te schaffen,
 werd met algemene stemmen aangenomen,"mits het Bestuur uit
 ging zien naar een gebruikte brandkast".
- In 1911 krijgen de ingelanden van de molenpolder,een extra aanslag 
opgelegd van Ged Staten,voor het uitgraven van het Visvlieterdiep,
 welke mede als ontwateringskanaal fungeert voor de Sebaldebuurster
 Molenpolder. Kosten F 875,-.
- In 1914 gaan er stemmen op voor de aanschaf van een hulpstoomgemaal bij de molen.
- In 1918 wordt dit plan verder besproken.
 Er is een meerderheid voor stoombemaling. De totale kosten worden begroot op F 17.200,-.
 In die tijd bouwde je 8 woningen voor dat bedrag. 
Na stemming zijn 32 stemmen vr en 69 tegen de bouw van zo'n duur gemaal.
- In Juli 1914 wordt de molen opnieuw door de bliksem getroffen. 
Schade bleef beperkt tot de buitenroede.
 De brandverzekering keert F 413,50 uit voor herstel.
 Het Bestuur wil voor dit geld een ijzeren roede bestellen,maar dat kan niet voor dit bedrag.
- In 1918 wordt op voorstel van de Grootegaster- en Zuidpolder
 een extra ingelanden-vergadering belegd,om te komen tot n
 Waterschap. Het voorstel wordt door de vergadering afgewezen.
- In 1920 moet er een nieuwe schroef met schroefbak geplaatst worden. 
De kosten worden geraamd op F 2500,-.
- 1920 Het molenaarshuisje verkeert in slechte toestand.
 (Naar huidige maatstaven gerekend zou het molenaarshuisje een onbewoonbaar
 verklaarde woning zijn geweest).
 Er was zelfs geen waterput! Laat staan een regenbak!
 Een houten zwengelpomp op het erf,(bij de stookhut),voorzag het molenaarsgezin
 van grondwater.
- Pas in 1921 wordt er een betonnen regenput van 2500 ltr bij de woning geplaatst 
door de fa Folgerts en van Til,uit Oldekerk. (Bij deze aannemer werkte een
 zoon van de molenaar).
 De houten goten en pijpen voor de opvang v/h regenwater,worden aangebracht door
 timmerman W Slagter,voor F 19,10.
 Het water moet met een putemmertje uit de regenbak geschept worden. 
Pas in 1954 kwam hierin verbetering,door het aanbrengen van een zwengelpomp in
 het achterhuis,aangesloten op de regenbak.
- In 1926 moet het molenaarshuis grondig worden opgeknapt.
 Hiervoor wordt F 200,- uitgetrokken. Het bestuur vreesde dat deze F200,- 
weggegooid geld was,en besloten werd het molenaarshuisje geheel te vernieuwen.
 (Een gedenksteen in de gevel bij de voordeur van het molenaarshuis (1926) wordt
 aangebracht, ter herinnering aan de renovatie).
 Nieuwe begroting...kosten F2000,-.
 (Het molenaarshuisje was intussen 125 jaar oud.
 In 1834 was er een nieuwe voorgevel met kozijnen geplaatst).
 Architect van de nieuwbouw werd F Oosterhof van Grootegast.
 Het werk werd onderhands aangenomen door Leutscher en 
Dijkstra. De begrote kosten werden met F 8,- overschreden.
 Ook werd besloten om elektriciteit naar de molen te brengen,
 om bij windstilte te kunnen malen. Ook het molenaarshuisje werd aangesloten
 op elektriciteit.
 Een gedenkplaat met jaartal 1926, (en namen van bestuursleden) werd in de 
muur ingemetseld naast de voordeur van het nieuwe molenaarshuisje.
- 1930 Crisisjaren. Het salaris v/d molenaar,dat de afgelopen jaren was opgetrokken
 van F 60,- naar F 200,- per jaar,wordt met F 25,- verlaagd. Bovendien moet de molenaar
 1/3 deel van de elektriciteitskosten zelf betalen.
- In 1933 kon er gebruik gemaakt worden van de Werkverschaffing. 
Door de Heidemaatschappij werd een plan opgesteld om het Oude Colonelsdiep en
 6 sloten uit te graven,en het vernieuwen van stenen duikers.
- In 1935 is het 40 jaar geleden dat de molenaar J van Esch,in
 dienst trad van de polder.
 Bij schrijven (Besluit van 12 Maart 1935,no 44) wordt aan Jan van Esch de eremedaille
 verbonden aan de Orde van Oranje Nassau,in brons,verleend.
 Het polderbestuur zorgde voor een passend cadeau.
 (Ter gelegenheid hiervan vond er min of meer een feestelijke familie-bijeenkomst 
plaats in het molenaarshuije bij de molen.
 De feestelijkheden werden overschaduwd door het recente overlijden van de echtgenote
 van de molenaar,op 01-01-1935).
- In 1944 wordt door de Ver "De Hollandsche molen",
 (Ver.tot Behoud van Molens in Nederland),
 een CERTIFICAAT uitgereikt aan poldermolen 
"De Endracht",in de Sebaldebuurster Molenpolder.
- In 1949 wordt het onderhoud van het Oude Colonelsdiep 
overgenomen door de polder.
 Voorheen maakte voornamelijk de molenaar deze tocht schoon!
 Molenaar J v Esch is dan 84 jaar,en doet al het landwerk nog zelf.
 Bij de nolen behoorde 2 HA land.
- In 1953 overlijdt molenaar J van Esch.
- 29 Mei 1953 wordt Engbert van Esch,(kleinzoon van J v Esch) 
de nieuwe molenaar,en per 15 Juni 1953 aangenomen.
 Voorheen was Engbert v Esch molenaar te Garrelsweer.
 De verhuiskosten zijn voor 50% voor rekening van de polder. 
- 1954 Groot onderhoud van de molen.
 Totale kosten bedroegen F 20.037,31.
 Rijkssubsidie F 10.500,-. Van de Gemeente kwam F 1975,- terug.
 De molen kan weer op windkracht malen!
- 1955 Molenaar Engbert v Esch vraagt F 100,- salarisverhoging.
 In 1956 krijgt de molenaar zijn F 100,- salarisverhoging per jaar. 
- 1956 (10 April) officile ingebruik-stelling van de ge-
 restaureerde windwatermolen "De Endracht!"
- 1965 (Maart) extra vergadering polderbestuur,naar aanleiding van het 
vertrek van molenaar Engbert van Esch naar Grootegast.
- 1965 (Mei) Nieuwe molenaar Jan Jansen. Nieuwbakken molenaar.
- 1967 Bliksemafleider-installatie geplaatst op de molen,door
 Fa S vd Heide uit Kollum. Kosten F 786,06.
- 1970 Molenaar Jan Jansen neemt ontslag.
 Met ingang van 1 Mei 1970 zit de polder zonder molenaar.
 Nog erger is,dat de door een elektromotor aangedreven 
schroef(anno 1947),letterlijk en figuurlijk in duigen ligt.
- 1970 (12 Mei). Besloten wordt op de ingelanden-vergadering,
 het Watergemaal te laten automatiseren. Begroting F 25.000,-.
- Het polderbestuur gaat overleggen met Gedeputeerde Staten,
 wat er moet gebeuren met de molenaarswoning en het land.
 G.S. heeft geen bezwaar tegen verkoop.
 De opbrengst wordt gebruikt voor aflossing van de lening,
 die aangewend is voor de financiering van de automatisering.
- 1971 Verkoop molenaarshuis voor F 11.000,-.
 Koper makelaar Fokkema uit Appelscha.
 Later verkoopt deze makelaar met bijna 100% winst de woning 
aan studenten,(Sutorius en Broekman),na de woning met de witterskwast 
te hebben behandeld.
- 1971 (17 Febr) Verkoop van de 2 HA land. Verkocht aan G Besling voor F 3240,-.
 Het stukje land bij de molen wordt onderhands verkocht aan G Dijkstra voor F 150,-.
- Na de automatisering wordt de windmolen zo nu en dan bediend 
door de voorzitter dhr T Oldenburger.
- Na 4 jaar stilstand wordt de molen nieuw leven ingeblazen door de pas geslaagde
 vrijwillig molenaar Henk Berends.
- 1980 Voormalige molenaarswoning door brand verwoest.
 Start nieuwbouw woning door vrijwillig molenaar H Berends.
- 1986 Molen behandeld tegen houtworm. 
BRON: 1. broch.H.Berends.(vrijw.molenaar "De Eendracht").
 2. Kleinzn. molenaar J v Esch,(uit overlevering). 


terugE-Mail MEverder